Kengetallen Milieu 20172018-09-17T13:57:33+00:00

Kengetallen Milieu 2017

Deze figuur toont hoeveel ton CO₂ is uitgestoten voor elke ton product die Cosun heeft geproduceerd in de jaren 2013 – 2017.

De samenstelling en kwaliteit van de verwerkte oogsten variëren van jaar tot jaar. Het netto-effect hiervan op het energiegebruik is nauwelijks te beïnvloeden. Tegelijkertijd bestaat een fors deel van onze kostprijs uit energiekosten.

De doelstelling is om, vanaf 2010, gemiddeld minimaal 2% op het totale energiegebruik per jaar te besparen waardoor ook de CO₂-uitstoot per ton product afneemt. De afgelopen jaren is deze doelstelling bijna altijd gerealiseerd. Het afgelopen jaar was dit eveneens het geval. Kijken we naar het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar, dan is de doelstelling gehaald en zouden we het gestelde doel in 2020 moeten kunnen halen. Elke extra besparing vraagt een steeds grotere inspanning. Het wordt dus steeds lastiger om die 2% per jaar te realiseren.

Op basis van het klimaatakkoord van Parijs heeft Cosun uitgesproken te streven naar halvering van de CO₂-emissie in 2030 en in 2050 geheel CO₂-emissievrij te opereren.

Bij de drie suikerfabrieken van Suiker Unie zijn biomassa vergistingsinstallaties in bedrijf. Deze zetten organische restanten uit onze productieprocessen om in biogas. Dit doen we als er geen hoogwaardiger toepassing van deze restanten mogelijk is, zoals in veevoer bijvoorbeeld.
Als er meer restmateriaal is dan we zelf kunnen vergisten op de locatie, dan brengen we dat bij voorkeur naar een externe biomassavergister. In beide gevallen is er voor ons geen sprake van afval maar van een economische en duurzame toepassing van restmateriaal.

In 2017 is de hoeveelheid plantaardig restmateriaal dat door derden is verwerkt toegenomen. Deze figuur laat zien hoeveel organisch restmateriaal onze fabrieksterreinen heeft verlaten richting externe biomassavergister of composteerder.

Bio-energie
Suiker Unie maakt groen gas dat wordt gewonnen uit plantaardig restmateriaal, zoals bietenpuntjes, bladresten en een deel van de pulp die vrijkomt bij de verwerking van bieten tot suiker. Dit laatste gebeurt alleen als we de verse perspulp niet als veevoer kunnen afzetten. Het is dan een alternatief voor pulp drogen. Dat kost zoveel energie dat het vanuit milieuoogpunt beter is om er juist energie (in de vorm van biogas) van te maken.

Suiker Unie produceert in drie installaties ruim 35 miljoen m3 groen gas per jaar. Dit gas wordt voor het grootste deel aan het openbare net geleverd. Financieel gezien is dit de aantrekkelijkste optie. Wel rijdt bijna een derde van de vrachtauto’s van Suiker Unie op eigen groen gas. Hiermee geven we inhoud aan de zogenaamde ‘green deal’ met de overheid om het transport te verduurzamen.
Daarnaast maken ook andere productiebedrijven binnen Cosun al jaren biogas uit proceswater in zogenaamde methaanreactoren. De Aviko-vestiging Steenderen levert proceswater aan een nabijgelegen waterzuivering die er biogas en mineralen (vooral struviet) uit wint. Dit laatste levert tevens een bijdrage aan het sluiten van mineralenkringlopen van plantenvoedingstoffen, zoals fosfaat.

Cosun onderscheidt twee soorten restmateriaal: gescheiden en gemengd afval. Het gescheiden afval wordt afgevoerd en bestaat uit materialen als papier & karton, hout, stenen, kunststoffen & plastic, en chemische stoffen. Wat resteert, wordt aangeduid met gemengd afval.

Per ton product zien we een afname in de hoeveelheid restmateriaal ten opzichte van 2016.
In dat jaar is als gevolg van de sloop van bijvoorbeeld het oude washuis bij de suikerfabriek in Dinteloord en verbouwwerkzaamheden in Vierverlaten meer afval afgevoerd dan gebruikelijk.

Om het in perspectief te plaatsen: per 1.000 kilo product dat onze fabrieken verlaat, resteert zo’n zes kilo afval waarvan we ons ontdoen. Cosun streeft ernaar om afval zoveel mogelijk te voorkomen en bruikbare restmaterialen zo nuttig mogelijk in te zetten.

Cosun telt ruim dertig productielocaties in binnen- en buitenland. De grootschalige productieprocessen van onze bedrijven leiden soms tot overlast voor de omwonenden. Soms staat een fabriek dicht bij een woonwijk waardoor omwonenden last kunnen hebben van geur of geluid vanuit de productieprocessen. Ook vervoer van grond- en hulpstoffen met vrachtwagens naar onze locaties kan overlast geven voor omwonenden die langs de verkeersroutes in de omgeving van onze fabrieken wonen.

Ten opzichte van 2016 is het aantal klachten fors gedaald, tot 168 in 2017. De meeste klachten hebben te maken met hinder in de omgeving van de productievestigingen waar ook in voorgaande jaren meldingen zijn gedaan. Ruim tachtig procent van alle productielocaties noteerde niet één melding in 2017. Dat betekent dat een beperkt aantal vestigingen meerdere meldingen ontvangen hebben. De daling in het aantal meldingen wijst erop dat de ervaren overlast voor omwonenden is afgenomen wat een gewenste ontwikkeling is.